< ingezonden brief >
Jonge generatie bergklimmers distantieert zich van oude garde
Volgens het
artikel van Toine Heijmans (Volkskrant 23 april 2003) is er
'ophef' onder Nederlandse alpinisten ontstaan. Frank Moll beschuldigt
daarin Ronald
Naar ervan nooit de top van de Nanga Parbat te hebben gehaald. In
1981 was deze beklimming "een van de grootste Nederlandse
bergsportprestaties ooit". De beschuldigingen worden gedaan "omdat
nauwkeurige geschiedschrijving onder klimmers heilig is".
Wij vinden dat deze generatie klimmers de Nederlandse bergsport een
slechte naam bezorgt. Daarom nemen wij nadrukkelijk afstand van de
negatieve manier waarop zij al meer dan twintig jaar hun "vetes" en
public uitvechten.
Door de uitlatingen van deze oude generatie lijkt het alsof de
Nederlandse bergsport al meer dat twintig jaar stilstaat. Dat is een
illusie. Onze sport heeft zich de laatste jaren heel sterk ontwikkeld,
ook in Nederland. Het beklimmen van een 8000-er is tegenwoordig voor
velen bereikbaar. Daarnaast richt de huidige generatie toppers zich
vooral op technisch moeilijke beklimmingen.
Voor het eerst in de geschiedenis van de Nederlandse bergsport
verrichten Nederlandse bergklimmers met regelmaat prestaties die
internationaal meetellen. De sportklimmer Roman van der
Werf vindt met zijn klimniveau (8c) aansluiting bij de
wereldtop. Jorg
Verhoeven werd in 2002 wereldkampioen sportklimmen bij de
jeugd. Maikel van
Sundert uit het ijsklimteam heeft een "M9-route"
geklommen. Boulderaar Wouter
Jongeneelen behoort tot de elite die "8a+" bouldert. Dát is
pas geschiedschrijving!
De nieuwe generatie klimmers organiseert ook succesvolle
klimexpedities, waaronder eerste beklimmingen van maagdelijke toppen
en steile wanden in de Himalaya. Dit jaar staan er gewaagde
klimexpedities van een nog nooit eerder vertoond Nederlands niveau op
stapel.
Deze prestaties spelen zich in betrekkelijke medialuwte af. Het
paradoxale is echter dat een groep klimmers, die zelf nauwelijks nog
meetelt in de Nederlandse klimwereld, het beeld over bergklimmers in
ons land bepaalt. Tweeëntwintig jaar geleden stelde een Nanga
Parbatbeklimming internationaal al niet zoveel voor. Een jaar eerder
had Messner immers de
Everest al solo beklommen zonder gebruik te maken van extra
zuurstof. De ruziënde generatie is er één die
onmiskenbaar over haar hoogtepunt heen is. In 1995 werd voor het
laatst door hen een aansprekende prestatie neergezet; de beklimming
van de K2. Ze profileren zich uitsluitend nog negatief over incidenten
uit vervlogen tijden!
De nieuwe generatie respecteert en stimuleert elkaar. De
klimsport bloeit als nooit tevoren.
Wij doen hier geen uitspraak over het al dan niet bereiken van een
top, of over de noodzaak voor sluitende bewijsvoering. Wij hebben
eenvoudig onze buik vol van twintig jaar straatvechterij. Er is een
beeld van onze sport ontstaan dat hoofdzakelijk op het verongelijkte
gekrakeel van een handvol krasse knarren is gebaseerd. De jonge
Nederlandse sportklimmers, alpinisten, boulderaars en ijsklimmers
verdienen onderhand weer eens wat positieve aandacht.
Ondertekend door:
Melvin Redeker,
Rozemarijn
Janssen, Frits
Vrijlandt, Menno Boermans,
Fedor
Broekhoven, Martin
Fickweiler, Eric
Frankenmolen, Cas van de
Gevel, Elwin van
der Gragt, Court Haegens,
Ronald Louman,
Benno
Netelenbos, Leopold
Roessingh, Wilco van
Rooijen,
Haroen
Schijf, Jorg
Verhoeven, Roman van der
Werf.