Logboek Baffin Island Expeditie 2006
Tekst: Martin Fickweiler
Donderdag 04 mei 2006
Vier mei, we zijn onderweg... en met al onze spullen! Om drie uur vannacht
ging de wekker en was het tijd om richting Schiphol te gaan. Daar aangekomen
met 450 kilo materiaal, verdeeld over 14 tassen was het belangrijkste moment
van de expeditie aangebroken. De vraag die al weken door mijn hoofd spookte
zou beantwoord worden. 'Mogen we deze grote hoeveelheid materiaal meenemen op
deze standaard lijnvlucht?'
Uiteraard had ik onze grote hoeveelheid
cargo van te voren aangegeven bij Air Canada, maar om een 'ja' te horen vanuit
een call-center ergens in India is heel wat anders dan een 'ja' van de dame
bij de incheck balie.
Het computer systeem van Air Canada bleek
wereldwijd goed te werken en zonder problemen kregen we twee karren toegewezen
om onze bagage op te leggen. Na afscheid genomen te hebben van de vrouw die ik
lief heb was het tijd om me volledig te richten op het komende avontuur. Een
foto voor de Telegraaf gevolgd door een kop koffie met een interview waren de
laatste onderdelen van ons programma in Nederland.

Hoewel we ruim vier uur geleden uit Amsterdam zijn vertrokken vliegen we er
nu in een ander vliegtuig opnieuw overheen. De moderne wereld zit eigenlijk
raar in elkaar...
Vrijdag 05 mei 2006
Zelfs na een hele dag ploeteren bleek het onmogelijk om via de
satelliettelefoon contact te maken met het internet. Toen zelfs Rens het aan
het einde van de middag niet voor elkaar had gekregen besloot ik een winkel te
zoeken die het probleem voor ons op kon lossen. Het bleek een goede zet, want
ondanks de behoorlijk hoge kosten was ik blij toen we telefoon kregen dat het
hun gelukt was.
Gisteren zijn we van Montreal naar Trois-Rivières
gereden om de eerste paar dagen in Canada bij een oude vriend van Christa en
mij door te brengen. Vanuit zijn schitterende huis konden we de laatste
benodigdheden voor de expeditie verzamelen. Om ons van Montreal naar
Trois-Rivières en later Ottawa te begeven hadden we de grootste auto
gehuurd, maar deze bleek vooral gevuld te zijn met een enorme V8 motor en
weinig plek te bieden voor de passagiers en hun bagage. Twaalf van de veertien
tassen wisten we in de auto te proppen, de laatste twee bonden we uiteindelijk
met een klimtouw vast op het dak.
Hoewel Stefan ons overvoert met bier,
hamburgers, wijn, steaks en mooie verhalen over zijn nieuwe leven hier in
Canada blijkt het 's avonds onmogelijk tot laat wakker te blijven.
De belangrijkste dingen zoals voldoende contant geld, gasblikjes en een
werkende internet verbinding zijn geregeld. Morgen rijden we naar Ottawa, de
dag daarna vliegen we eindelijk naar Baffin Island.

Woensdag 10 mei 2006
Er is heel wat gebeurd sinds de laatste up-date, we zijn vanaf
Trois-Rivières naar Ottawa gereden, en toen in twee dagen tijd via
Iqaliut naar Clyde River gevlogen. In Clyde River hebben we onze eerste nacht
op de sneeuw doorgebracht, omdat bij iemand binnen slapen $ 75,- per
persoon moest kosten. Wat achteraf hele normale prijzen zijn, als je bedenkt
dat er hier voor een kilo zout in de supermarkt bijna $ 9,- wordt
gerekend.
Er ligt veel sneeuw voor de tijd van het jaar en tijdens de eerste
ochtenduren viel er nog nieuwe bij. Door deze grote hoeveelheid sneeuw zou de
skidoo-tocht een stuk sneller gaan, omdat de Inuit een 'shortcut' wisten die
alleen nu mogelijk was. Al snel zaten we in grote houten sledes te stikken van
de uitlaatgassen van de skidoo's. Een 'white-out' zorgde tijdens de eerste
uren voor de nodige vertraging, en ook de diepe sneeuw was niet altijd in ons
voordeel. Een aantal keer kwamen de skidoo's vast te zitten en moesten ze
elkaar helpen om er weer uit te komen.
Als vooraanstaande donzen mummies
zaten we geduldig in de houten sledes, regelmatig bij de les gehouden door een
koude douche van poedersneeuw en bekogeld door brokken hardere sneeuw.

Uren stoven we over de bevroren zee, door fjorden en dan weer over
land. Voorop de slee lagen haulbags stijf bevroren te wachten op betere
tijden, terwijl door al het moois om me heen mijn hart steeds sneller begon te
kloppen. Eenmaal achterin het Sam Ford Fjord aangekomen, bereikte dit zijn
hoogtepunt toen de dichte bewolking overging in flarden, en beetje bij beetje
de grote wanden van dit beloofde land aan ons werden getoond.
Tot op
heden hebben we nog geen wand in zijn geheel gezien, en weten we dus eigenlijk
nog niet precies in wat voor paradijs we hoogst waarschijnlijk staan.
Ons basiskamp telt vier tenten en bevindt zich vlak bij de Great Sail Peak
die deze vallei zo beroemd heeft gemaakt.
Voorlopig hebben we een
basiskamp, een thuis, en dat is gezien de weersomstandigheden een fijn
gevoel. De wind is op gaan steken en ijsdeeltjes ratelen op het tentdoek. Ik
hoop morgen - of anders in ieder geval snel - een beter idee te
krijgen van alle wanden, want voorlopig hebben we nog geen klimdoel uit kunnen
zoeken, en kunnen we niets anders doen dan wachten op beter weer.
Maar ondanks de Arctische omstandigheden geniet ik met volle teugen, dit
lijkt me een wereld waar de mens zichzelf weer eens terug vind in de simpele
dingen zoals warmte en onderdak. Nu nog hopen dat we snel kunnen
klimmen...

Vrijdag 12 mei 2006
Het weer is ons niet echt goed gezind. Sinds onze aankomst in Stewart
Valley is het nog geen moment goed geweest. De eerste paar dagen konden we
niets van de aanwezige wanden zien; de wolken hingen te laag, en zelfs door een
hevige sneeuwval wilden ze maar niet lichter worden en opstijgen.
Sinds vanochtend is er een wind opgestoken die zeker in het begin
stormachtig te noemen was. Eén van de scheerlijnen van mijn tent heeft
het al begeven, de keukentent heb ik nog maar eens extra stevig vastgezet, en
ik zorg er voor geen losse spullen in mijn tent achter te laten als we weg
zijn.
We waren er door dit gure weer pas laat uit, maar konden wel alle wanden
zien omdat de wind de wolken heeft verjaagd. De wanden zijn ontzettend mooi en
indrukwekkend, en op dit moment met vlekken witte poedersneeuw bedekt. Het is
niet zo koud als dat we in eerste instantie hadden gedacht, maar de wind zorgt
voor een behoorlijk lage gevoelstemperatuur.

We hebben een wand uitgekozen en zijn er vandaag via een behoorlijke omweg
heen gelopen; we hadden namelijk eerst onze zinnen gezet op een andere wand,
maar die leek van dichterbij heel erg moeilijk beklimbaar. Het is moeilijk in
te schatten hoe hoog de wand is die we willen gaan proberen, maar hij is in
ieder geval indrukwekkend genoeg. De route die we met een telescoop en
verrekijker bekeken hebben zou met een beetje goede wil mogelijk moeten
zijn. Ik hoop alleen wel dat de wind af zal gaan nemen, en dat we misschien de
zon ook nog eens een keer zullen gaan zien, maar dan had ik waarschijnlijk
beter naar Yosemite kunnen gaan.
De aanloop naar de wand is bijna 900 hoogtemeters en zal dus nog wel de
nodige energie gaan kosten. Morgen willen we een eerste lading materiaal naar
de voet gaan brengen. Voorlopig heb ik alleen maar zin om mijn warme slaapzak
in te gaan.

Zaterdag 13 mei 2006
Nu de wind is gaan liggen is het hier zo ongelofelijk stil, het lijkt wel
of de rest van de wereld niet meer bestaat. Eén keer per dag horen we
een vliegtuig dat naar Pond Inlet vliegt, verder horen we alleen onszelf en af
en toe de wind.
We hebben een eerste lading klimmateriaal onderaan de wand gelegd, Rens
heeft zijn bepakking halverwege de 900 meter hoge helling laten liggen en is
voorzichtig afgedaald, omdat hij last van zijn rechter knie heeft. Het zal
niks ernstig zijn, maar we kunnen niet voorzichtig genoeg zijn in dit
beginstadium van de expeditie. Mijn motto is altijd: 'Pas op de terugweg mag
alles stuk!'
De komende drie dagen zullen we ons er opnieuw toe proberen te zetten de
oersaaie helling onderaan de wand omhoog te ploeteren. Daarna willen we met
tien dagen eten aan de wand gaan beginnen. Mocht deze hoeveelheid voedsel te
weinig lijken omdat het terrein moeilijker is dan dat we nu inschatten, dan
kunnen we altijd nog meer voer gaan halen in het basiskamp.

Ons basiskamp zullen we trouwens opdoeken voordat we omhoog gaan, want de
temperaturen zijn dermate hoog, dat we bang zijn onze tenten in een plas water
terug te vinden. We zijn niet bang dat het hele meer zal smelten, alleen de
dertig centimeter dikke sneeuwlaag die erop ligt.
We kunnen volgens de Inuit die ons hier afzetten dan ook niet rekenen op
skidoos hier in Stewart Valley, we moeten ons hele hebben en houden zelf het
dal uitdragen tot in het Sam Ford Fjord. Hiervoor trekken we een week uit,
hopelijk kunnen de pulka's die we bij ons hebben ons hierbij nog een dienst
bewijzen.
Morgen opnieuw sjouwen, hopelijk is Rens z'n knie dan weer oké.

Maandag 15 mei 2006
Zo, weer een zware dag sjouwen achter de rug! De tassen worden met de dag
zwaarder en de sneeuw met de dag zachter, soms zakken we tot boven onze
knieën weg in deze zachte troep. Rens heeft vandaag zijn eerder achter
gelaten rugzak omhoog gelopen, en had minder last van zijn knie dan
eergisteren. Ondertussen liggen er zeven tassen onderaan de wand, en als we
allemaal nog een keer omhoog gaan met onze persoonlijke spullen dan zal ons
eerste portaledge kamp lijken op een hangend mini basiskamp. Zo'n beetje alles
is er, tot en met whisky toe. Ik twijfel al een paar dagen of ik ook mijn
laptop, accu's en zonnecellen omhoog zal gaan dragen, zodat ik jullie kan
blijven verblijden met tekst en foto's. Ik geloof toch dat ik de moeite ga
nemen, maar dan alleen tot onderaan de wand, of...?
Morgen zullen we voor de verandering heel wat kilometers over het meer gaan
lopen, zodat we het basiskamp niet op de rug maar op de sleetjes naar het
einde van het dal kunnen transporteren. Zoals ik al eerder meldde, moeten we
nog maar afwachten wat er van het meer over is als we terug komen uit de
wand.
Voorlopig moeten we nog maar voor de laatste keer genieten van de
keukentent die iedere dag trouw en opgewarmd door de zon op ons staat te
wachten. Bij de deuropening is de sneeuw al weggesmolten en sta je direct op
het ijs.
Nog een paar dagen en dan kan de werkelijke pret beginnen! Als
het weer blijft zoals de afgelopen dagen, dan zie ik ons ook nog wel wat
touwlengtes vrijklimmen in die geweldige wand; ik heb al heel wat fraaie
spleten door de verrekijker gezien!

Alles begint nu vorm te krijgen en ik schat onze kansen hoog in, maar laten
we niet op de zaken vooruit lopen; eerst dineren. Vandaag hebben we vooraf een
stukje kaas en een pannenkoekje, en als hoofdgerechten zijn er chili con
carne, jachtschotel met rundvlees en spaghetti walnoten, en als toetje een
klein borrelglaasje whisky. Het klinkt misschien lekker als je het zo leest,
maar de hoofdgerechten blijven gevriesdroogd voedsel, en daarmee eigenlijk
niet meer dan voer.
Vrijdag 19 mei 2006
Berichten via de laptop zijn op dit moment niet meer mogelijk, daarom
worden SMS'jes via de satelliettelefoon verstuurd. We hebben geen zon, dus ook
geen stroom voor de laptop. We bivakkeren nu onderaan de wand in de
portaledge. Vandaag is er veel sneeuwval en wind, en komen we de portaledge
niet uit. Rens is nog steeds beneden in het basiskamp, hopelijk wordt het
morgen goed genoeg om te klimmen.
Zaterdag 20 mei 2006
Er is nog steeds geen stroom voor de laptop. Ondanks de kou en sneeuwval
heb ik vandaag de eerste 150 meter van de route voor- geklommen. Tot nu toe is
de moeilijkheid 6a A2.
Zondag 21 mei 2006
We liggen alle drie in de portaledge te rillen, het is erg koud de laatste
dagen. We hebben nog één week voor de beklimming, ik maak me een
beetje zorgen. Het is erg slecht weer vandaag, en hebben slechts 1 lengte
(A2/A3) geklommen. De karabiners zijn dichtgevroren, alles is bedekt met een
laagje ijs, en er is nog steeds sneeuwval.
Maandag 22 mei 2006
Wat een klote weer nog steeds, weer maar één touwlengte
geklommen: A2, waarbij ik de eerste helft rope-solo gedaan heb. Er is veel
sneeuw en alles is koud, er hangen ijspegels onderaan de portaledge.
Dinsdag 23 mei 2006
Vandaag een vruchteloze dag. Het slechte weer blijft aanhouden, en we
hebben niets geklommen. We zijn op rantsoen gegaan om langer boven te kunnen
blijven...
Foto boven: het beste weer tot nu toe.
Woensdag 24 mei 2006
Het weer is nog steeds slecht, en de barometer is laag. Ik probeer verder
te klimmen, maar vandaag zijn het de slechtste omstandig- heden tot nu toe in de
wand. Uiteindelijk toch een touwlengte A3 expo geklommen, waarbij ik het
eerste stuk weer rope-solo gedaan heb. Gelukkig kan ik nog steeds genieten van
het avontuur hier.
Foto boven: Martin in touwlengte vier (A2/A3).
Vrijdag 26 mei 2006
Tijdens de voorberei- dingen in Nederland dachten we nog dat we drie tot
vier weken de tijd zouden hebben voor de beklimming.
Maar de wetten van
het ware avontuur schrijven hier iets heel anders voor.
Toen we hier op
9 mei gedropt werden door drie Inuit jagers werd ons plotsklaps duidelijk dat
we niet op deze zelfde plek opgehaald konden worden; de morene aan de westkant
van het meer, die bij voldoende sneeuw toegang biedt tot deze bijzondere,
mooie plek zal begin juni als wij opgehaald willen worden sneeuwvrij zijn en
zodoende niet meer begaanbaar voor skidoos.
We worden dus geacht om al ons materiaal eigenhandig naar het Sam Ford
Fjord te dragen, hier zo'n vijftien tot twintig kilometer vandaan. Voor deze
immense klus rekenen we bij slechte omstandigheden op twee weken, waardoor er
dus ook maar maximaal twee weken overblijven voor de beklimming.
Tien
dagen continu slecht weer heeft ons dan ook verslagen. Hoewel ik tijdens deze
periode mijn uiterste best heb gedaan om zoveel mogelijk van de wand te
beklimmen, ben ik niet hoger gekomen dan iets onder de helft. Zowel de tijd
als ons eten raken op en alleen als we allemaal nog voor honderd procent
gemotiveerd zouden zijn dan is er een kleine kans om de top te halen.
Het moreel is echter flink aangetast door het slechte weer, de
moeilijkheden in de wand en de omstandigheden waarin we moesten leven. Ik ben
teleurgesteld dat we met de resterende tijd en het team dat we hebben niet
verder komen dan dit. Maar ik ben vast besloten om volgend jaar terug te keren
en de beklimming af te maken, dit gaat zelfs zover dat ik de vaste touwen in
de wand heb laten hangen en een depot bij het meer zal maken met alle spullen
die volgend jaar nog bruikbaar zijn.
Op het hoogtepunt dat we tot nu toe hebben bereikt, hebben we (heel
toevallig) op Hemelvaartdag de as van onze goede vriend Hans Copier achter
gelaten, volgend jaar om deze tijd zetten we hem hopelijk op de top van deze
nog onbeklommen berg.
Ik ervaar deze expeditie dan ook niet als mislukt; het heeft sowieso het
avontuur geboden waar ik al jaren naar op zoek ben en wat de beklimming
betreft, deze is slechts onderbroken. Al het werk dat er tot nu toe in is gaan
zitten zal volgend jaar niet verloren zijn en mijn droom om zo noordelijk op
Baffin Island een nog onbeklommen berg te beklimmen via een duizend meter hoge
verticale rotswand is alleen maar tastbaarder geworden en ligt meer dan ooit
binnen handbereik.
Het zal nog behoorlijk zwaar gaan worden, maar ik
kijk in ieder geval uit naar de rest van de expeditie en zal genieten van
ieder uur dat ik nog door mag brengen in deze overweldigende, eenzame
wildernis. Is dit niet een van de mooiste plekken waar ik ooit geweest ben om
te klimmen, dan is het wel de mooiste plek.
Laatste foto hierboven: de omstandigheden in de wand.
Woensdag 31 mei 2006
We hebben vannacht de westoever van het meer bereikt, nu moeten alle
spullen nog de morene over. Het traject ziet er zwaar uit, en het kost zeker
een week met deze hoeveelheid spullen. Het weer is slecht: wind en natte
sneeuw. Het meer was nog toegankelijk, maar we liepen vaak door diep
ijswater. Gelukkig dreven de sleetjes goed...
Maandag 5 juni 2006
Vandaag eindelijk weer wat zon gehad en daardoor heb ik ook weer wat
energie voor de laptop verkregen om jullie eens de ontwikkelingen van de
afgelopen week kenbaar te maken. Onze tocht over het meer hebben we
uiteindelijk in de nacht afgelegd, om zo wat vastere sneeuw onder onze voeten
te hebben.

met de pulka's over het meer
Het begin was echt verschrikkelijk; met de sleetjes die we achter ons aan
trokken moesten we door kniediepe, natte sneeuw ploeteren en ik dacht al snel
dat het op deze manier zeker wel twee dagen zou duren om de oever aan de
westzijde van het meer te halen. Maar door een oversteek te wagen naar de kant
van het meer waar de Great Sail Peaks hoog boven ons uit torende, kwam er,
voorlopig althans, een einde aan deze energie verslindende manier van
lopen. Door het blauwe harde ijs, schoon geblazen door de wind die juist aan
deze kant van het meer het hardnekkigste is, kreeg ik opnieuw hoop. Op dit
knisperende ijs was de toch wel zware slee haast niet meer merkbaar aan de
band om mijn middel. Bijna een uur lang konden we zo lopen en hadden we zelfs
de kans om boven de felle wind uit met elkaar te praten.
Vervolgens kwamen we opnieuw in diepe sneeuw terecht en besloten we opnieuw
koers te zetten naar de kant van het meer. Daar zagen we namelijk grijze
vlekken die konden duiden op blank ijs, en dus op goede vorderingen. De
tegenwind was vervelend, maar de ijzel die horizontaal door de lucht geblazen
werd deed pijn aan mijn ogen. Rens en Roland hadden allebei hun skibril
opgedaan, maar mijn bril lag natuurlijk in het depot waar naartoe we nu op weg
waren. Kijkend door de dunne spleetjes van mijn dichtgeknepen ogen zocht ik
een weg over het meer. Net als de ontdekkingsreizigers uit de zestiende en
zeventiende eeuw zochten wij hier onze eigen kleine noordwestelijke
doorvaart. Het laatste uur bracht ons terrein waarmee we niet veel meer
konden; er was overal diepe sneeuw met daaronder een laag half gesmolten
waterige, ijzige drek. Onze schoenen liepen vol en er zat niets anders op dan
stevig door te lopen en in een rechte lijn op onze eindbestemming af te gaan:
de zandbanken aan het einde van het meer.

's nachts aan het einde van het meer
Tegen twee uur 's nachts kwamen we daar aan en zetten een tentje op,
waar we alledrie zo snel mogelijk inkropen. De deur van de tent ging dicht en
wij zochten de warmte van onze slaapzakken op. Na een kop thee en een
tikkertje whisky kwamen we gezamenlijk tot het besluit dat het achteraf
allemaal best wel mee viel, en dat het binnenkort waarschijnlijk nog veel
erger zou zijn. De hele volgende dag rukte de wind aan de tent en was er geen
reden om naast eten, lezen en slapen ook nog iets anders te doen. Vanaf hier
zouden de sleetjes ons geen dienst meer kunnen bewijzen; het terrein dat voor
ons lag bestond uit grote rotsblokken en puin, zodat we alles op de rug deze
morene op moesten dragen richting een fjord met de naam Walker Arm. Gezien de
hoeveelheid spullen die we bij ons hebben, zou het ons nog wel wat tijd gaan
kosten om alles in de Walker Arm te krijgen.
We hebben nu vijf dagen lang gesjouwd en zijn, op een paar keer lopen na,
bijna klaar. Door deze toch wel voorspoedige gang van zaken heeft Roland
vandaag de expeditie vroegtijdig verlaten, ik snap zelf niet zo goed waarom,
want er is hier nog zoveel te doen en te ontdekken. Maar sommige beslissingen
laten zich nou eenmaal niet zo goed in woorden uitdrukken denk ik. De Inuit
jager die hem vanavond heeft opgehaald kwam wel met een enigszins bemoedigende
opmerking. Hij vertelde ons dat het dit jaar wel heel slecht gesteld is met
het weer. Hoewel we er nu niets meer aan hebben, geeft dit mij in ieder geval
goede moed voor volgend jaar.
Zoals ik zojuist al vermeldde, hadden we vandaag eindelijk weer zon en is
dit officieel de zesde mooie dag van de expeditie geweest. Helaas voor ons
hebben wij alle zes deze dagen doorgebracht met het sjouwen van zware tassen,
en konden wij tijdens onze periode op de berg alleen maar vechten tegen het
extreem slechte weer. Desalniettemin blijft dit hele avontuur voor mij een
geweldige ervaring, en hoop ik dat ik in de toekomst nog meer van dit soort
onberekenbare reizen mag gaan maken. Het geeft me zoveel voldoening om in duel
te zijn met mezelf en zo'n magische wildernis, dat ik denk dat het voor heel
veel mensen goed zou zijn om er eens echt op uit te trekken. Hoewel dit
natuurlijk niet voor iedereen zo aantrekkelijk is, lijkt het me bijvoorbeeld
al eens goed wanneer mensen zich wat minder zouden bekommeren over hun
inkomen, hun kapitaal en hun spullen, en zich eens wat vaker simpele dingen
zouden afvragen zoals bijvoorbeeld: "spelen mijn kinderen eigenlijk wel genoeg
buiten?" Want ik besef ondertussen dat er zoveel meer te doen is dan televisie
kijken alleen. Ik ben blij dat ik niet alleen mocht dromen, maar dat ik ook de
vrijheid kreeg (en krijg) om mijn dromen na te streven. Ik moet er toch niet
aan denken dat ik later oud en wijs ben en dat ik om de haverklap denk, had ik
maar...
Zondag 11 juni 2006, kamp bij Walker Arm.
Vandaag is onze vijfendertigste dag in deze bevroren wildernis, en hoewel
het einde in zicht komt is het nog niet echt duidelijk wanneer we hier weg
kunnen.

zeven dagen lang tassen sjouwen
Na Roland zijn vertrek hebben Rens en ik eerst twee dagen lang in een van
onze tenten gezeten: een harde storm blies onophoudelijk door de
vallei. Vervolgens hebben we in twee dagen tijd de laatste twee zware ladingen
naar de Walker Arm gelopen. Het ijs waarover we moeten reizen vertoont
scheuren die iedere dag weer iets groter lijken te worden. Ook komt er steeds
meer water op het ijs te liggen, en worden wij een beetje zenuwachtig als we
ons bezig houden met de terugreis.
Ik moet er niet aan denken dat het ijs straks te slecht is voor skidoos,
want dan moeten we wachten tot ergens in augustus; de tijd dat ze ons met een
boot op kunnen komen halen.
Hoewel de afgesproken datum van 15 juni vast en zeker aan de veilige kant
is, blijkt 2006 toch een raar jaar te zijn als het gaat om het weer en de
heersende omstandigheden. Om het zekere voor het onzekere te nemen heb ik Levi
gebeld en gevraagd of hij ons op 10 juni kan komen halen. Dit was geen
probleem maar hij wilde wel tijdens de nacht reizen, om zo betere condities op
de bevroren oceaan en de fjorden te hebben.

wanneer komen ze ons nou halen?
De nacht van 10 juni verstreek en niemand is ons komen halen, we hebben
uiteindelijk onze slaapmatten en slaapzakken maar weer uitgepakt en zijn om
twee uur 's nachts gaan slapen. Het sneeuwde hard en dit lijkt me ook de reden
dat ze niet gekomen zijn. Hopelijk komen ze ons vannacht dan halen, en anders
morgen.
Ik kijk zo langzamerhand wel weer uit naar de gebruiken van het dagelijks
leven; ik heb bijvoorbeeld zin in een warme douche (want ik heb mezelf al
vijfendertig dagen niet gewassen), en kijk er naar uit eindelijk weer eens in
een donkere ruimte te slapen. Van dit eeuwige licht raakt heel mijn ritme in
de war, ik slaap de laatste tijd van drie uur 's nachts tot elf uur in de
ochtend.

het lekker voedsel van Kyle
Maar goed, laten we hopen dat ze eerdaags komen want ook al het eten begint
op te raken. We hebben geen repen meer, geen koffie, geen pannenkoekmix;
alleen nog maar gevriesdroogde maaltijden, maar ook die smaken kennen we
ondertussen wel. Wat dat betreft zijn we blij dat we sinds kort het kamp delen
met Kyle, een Amerikaan die we al eerder deze reis ontmoet hebben. Hij is naar
Baffin Island teruggekomen, om een ongeluk dat hij vorig jaar meemaakte te
verwerken. Toen is zijn klimmaat en tevens neef omgekomen tijdens een abseil
ongeluk na een eerstbeklimming in Stewart Vallley. Hij hangt hier in de
omgeving een maand lang rond om het een en ander te verwerken. Hij heeft
zoveel voedsel mee dat we hem een handje proberen te helpen om het op te
krijgen. Maar na twee dagen hard geholpen te hebben is dit aardig gelukt en
heeft hij alleen nog gedroogde maaltijden over.
Maandag 12 juni 2006, kamp bij Walker Arm.
Ook vannacht zijn ze niet gekomen, misschien komende nacht?

zou het weer te slecht zijn?
Woensdag 14 juni 2006, Clyde River.
Na een ijzige maar schitterende reis door de fjorden en over de bevroren
oceaan zijn we eindelijk weer terug in de bewoonde wereld; Clyde River, een
nederzetting met zo'n kleine 900 mensen.
Ik kreeg net het verschrikkelijke nieuws van Eric
Frankenmolen te lezen, ik houd het dus kort en ga eerst wat tijd nemen om na
te denken.

Laatste twee foto's: een koude nachtelijke rit op het Sam Ford
Fjord
Dinsdag 04 juli 2006
Hoewel ik alweer twee weken in Nederland ben, wil ik toch nog even de tijd
nemen om terug te kijken op mijn expeditie naar Baffin Island. Om te beginnen
is het een van de mooiste expedities geweest die ik tot nu toe ondernomen heb;
de wildernis, de eenzaamheid en de wanden waren zo indrukwekkend dat ik opslag
verliefd werd op deze schitterende vallei.
Natuurlijk valt het zwaar
tegen dat we de wand niet in zijn geheel beklommen hebben, maar ik denk nog
vaak terug aan de zware, maar mooie dagen, klimmend in het slechte weer,
knokkend voor iedere touwlengte. Het waren dagen waarvan ik al lange tijd
droomde.
Het weer was volgens de lokale Inuit in 2006 verschrikkelijk slecht, ze
spraken van onophoudelijke sneeuwval en storm. Een keer in de zeven jaar
schijnt deze regio gebukt te gaan onder zo'n 'El Nino achtig' jaar, wij hadden
de pech dit net te treffen.
Terug in Nederland geniet ik weer van de dagelijkse bezigheden en van het
zorgeloze klimmen op de buitenmuur van Mt. Cervino. Ondertussen ben ik al wel
druk aan het denken over een volgende reis, ergens in dit najaar.
Maar wat betreft de Baffin Island expeditie van volgend jaar; Ik stel me
voor dat die expeditie er heel wat anders uit zal zien, we weten nu eenmaal
veel meer dan voor ons vertrek naar Baffin Island. De volgende expeditie moet
lichter, eenvoudiger, misschien wel Spartaans. Want de periode die je, dankzij
de korte zomer, tot je beschikking hebt is te kort om veel aan luxe mee te
slepen, het hele basiskamp blijft volgend jaar bijvoorbeeld thuis, dat scheelt
al een aantal dagen sjouwen...