Bericht 4 juli
Door: Martin Fickweiler, aan boord van de Abel Tasman
Onze reis met de Abel Tasman begint langzaam op een einde te lopen. Het is
vandaag de achtste dag dat we in noordelijke richting varen. Het weer is
wisselvalig geweest, over het algemeen veel bewolking en windvlagen tot kracht
acht, maar ook blauwe luchten die overgingen in schitterende
sterrennachten. Veelal hebben we de heersende windrichting tegen gehad, maar
door met het schip slagen te maken waardoor de wind steeds dertig graden van
voor kwam konden we vaak de zeilen bijzetten. Het werk aan boord beperkt zich
echter tot kleine bezigheden, dus veel activiteit hebben we niet gehad. Om
lichamelijk toch wat te doen lopen Coen en ik af en toe rondjes op het dek,
waarbij 21 rondjes overeen komen met een kilometer. Soms klim ik naar mijn
favoriete plek in de mast, maar meer valt er echt niet van te maken. Het is
niet voor niets dat iedereen ongeduldig en hyper begint te worden, nu we
dichter bij het Exmouth fjord komen waarvandaan we de ijskap willen
oversteken.
![[ Op weg naar de Monte Sarmiento ]](/images/patagonia2008/27juni2.jpg)
Expeditielid een week eerder
op weg naar de Monte Sarmiento
Twee dagen geleden kwamen we een kleine vissersboot tegen, maar bij nader
onderzoek bleek dat de gevangen king krab net door een verzamelschip van boord
was gehaald. Hadden ze nog wel een verse vangst aan boord gehad, dan zouden we
door middel van ruilhandel een heerlijk vismaal hebben genoten. Jack en Gerda
hebben speciaal voor dit doel sigaretten en whisky bij zich. Lekkernijen waar
de vissers gedurende hun maanden lange verblijf in de fjorden altijd wel
behoefte aan hebben. Verder zijn de fjorden hier verlaten en ook andere
tekenen van beschaving, zoals het op gezette tijden overvliegen van een
lijnvlucht, zijn hier niet. Alleen de vuurtorens die ons in het donker uiterst
behulpzaam zijn geven blijk van mogelijke passanten.
![[ Op de flanken van de Monte Sarmiento ]](/images/patagonia2008/27juni3.jpg)
Een week eerder op de flanken van de Monte
Sarmiento
Door de hardnekkige tegenwind zijn we genoodzaakt om lange dagen te maken,
iedere keer als we een baaibinnen varen om de nacht door te brengen is het al
geruime tijd donker. Met behulp van schijnwerpers en de radar weten we steeds
weer op de juiste ankerplek aan te komen. Slechts een keer hebben we bij zo'n
nachtelijk avontuur onderwater een klip geramd, waarbij de boot abrupt tot
stilstand kwam en alle lossen voorwerpen in het schip spontaan een andere plek
kregen. Hoewel wij, landrotten, er allemaal een beetje stil van werden, had
schipper Jack absoluut geen stress: "In de buurt van Spitsbergen hebben we
ooit met negen knopen een rotspunt geramd die niet op de kaart stond en zelfs
toen hadden we geen gat in de huid." Een andere kijk op dezelfde gebeurtenis
zal ik maar zeggen.
Ik ben nieuwsgierig naar de oversteek van de ijskap en verschillende vragen
proberen zich steeds aan me op te dringen. Maar het lijkt me onnodig, want op
dit moment zijn het vragen die weinig betekenis hebben, en waar uiteindelijk
vanzelf antwoorden op zullen komen. De tijd is nu, en nu varen we terwijl aan
stuurboordzijde twee Magallanes pinguïns op het water dobberen.
Het
laatste gedeelte van de expeditie; op de kaart boven is links
het
Exmond-fjord aangegeven, rechts de Paso del Viento, in het
midden onder de
Cerro Moreno en boven de Lautaro; op de kaart onder zijn de mogelijke routes
aangegeven (dikke rode lijn)
Vorige pagina: bericht 30
juni - volgende pagina: persbericht 6
juli